Eind november waren er twee Merosch Open Source sessies met het thema: ‘Energiebesparing binnen de bestaande utiliteitsbouw’, welke i.s.m. Energiemissie zijn georganiseerd. Hieronder het verslag met de highlights en de belangrijkste conclusies.

MAANDAG 27 NOVEMBER

Zoals elke Merosch Open Source zijn we begonnen met een voorstelronde en wat de belangrijke vragen waren voor deze middag. Een aantal van deze vragen: Wat zijn de mogelijkheden na het laaghangende fruit, waar moet de overheid zich de komende jaren op gaan richten? Hoe kunnen we het geheel versnellen? Wat weerhoudt partijen er van om te verduurzamen? Wat zijn de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van monitoring? Hoe komt het dat onderaan de keten de ambitie om te verduurzamen steeds lager en minder wordt? Genoeg vragen dus om over te discussiëren en de kennis vanuit de aanwezigen partijen; Dunamare Onderwijsgroep, RVO, TA Control Systems, TNO, E-nolis, Wolf Energiesytemen BV, GMC-Instruments, BosLeads, Energiemissie en Merosch te delen.


Actuele ontwikkelingen wet- en regelgeving

Ed Blankestijn van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) trapt de middag af met de actuele ontwikkelingen rond de wet- en regelgeving zoals EPA, EED en Wet milieubeheer. Hij licht de laatste ontwikkelingen toe. Een vraag vanuit het publiek of we niet naar certificering op basis van meetgegevens van het energiegebruik moeten gaan in plaats van assetwaarde wordt direct beantwoord. ‘Dit gaat nog niet gebeuren’ weet Ed Blankestijn mee te geven. Wat hij wel kan vertellen is dat er in bepaalde sectoren vanaf 2018 een energieregistratie en bewakingssystem verplicht gaat worden.

Praktijkvoorbeelden: “Er is zoveel te verdienen”

Als tweede is medeorganisator Rene Vonk van Energiemissie er om zijn kennis te delen. De heer Vonk geeft aan dat de gemeten energiegebruiken van de projecten waar ze bij betrokken zijn, niet overeenkomen met de Energielabels zoals die door de overheid wordt uitgegeven. Zij hebben vergelijkbare kantoren gemeten, zowel met Energielabel A, B en G. Hieruit kwam naar voren dat sommige kantoren met het Energielabel A meer verbruikte ten opzichte van een kantoor met Energielabel G.

Daarnaast kwam hij met een belangrijke constatering: het is voor onderhoudspartijen lastig om uit te testen wat energie kan besparen, omdat de maatregelen die zij nemen direct gevolgen heeft op het klimaat van een kantoor en er dus door gebruikers geklaagd kan worden. Sommige onderhoudspartijen krijgen per klacht een boete. Dat betekent dus als zij iets willen uitproberen om energie te besparen, zij direct boetes opgelegd kunnen krijgen.

Pilot EPK-kantoren

Na de pauze sprak Bert Elkhuizen (E-nolis). Vanuit E-nolis proberen ze gebouweigenaren eerst ‘hoofdpijn’ te geven door inzichtelijk te maken wat hun energieverbruik is ten opzichte van andere vergelijkbare kantoren. Zij doen dit door middel van een benchmark. Zij hebben bij 15 kantoren gemeten wat het energiegebruik is en dit vergeleken met het Energielabel van het gebouw. Hieruit kwam naar voren dat het energiegebruik die met het verplichte Energielabel C wordt beloofd in werkelijkheid het dubbele is. Dat betekent dus dat een Energielabel niet nauwkeurig genoeg is. In het gebouw is vaak iets mis, dat niet in het label zit. Het toekennen van een Energielabel zegt dus niet direct iets over het energiegebruik en of het ook daadwerkelijk gehaald wordt.

Monitoringservaringen uit de praktijk

Tot slot was het de beurt aan Arnoud Matser (Merosch) met een kennisdeling over monitoringservaringen uit de praktijk.

De strekking van zijn verhaal was dat duurzame moderne installaties bij oplevering niet gelijk goed werken. Dat de oplevering van deze installaties dan ook niet direct bij ingebruikname moet zijn, maar pas twee jaar na ingebruikname van het gebouw. Zo kan de installatie nog gefinetuned worden door middel van monitoring. Uit ervaringen van Merosch blijkt ook dat dit nodig is en dat door makkelijke maatregelen het ‘probleem’ goed opgelost kan worden.

Conclusies dag 1

Over het algemeen zijn de vragen van het begin beantwoord. Het lijkt lastig voor de overheid om metingen van het energieverbruik te koppelen aan een Energielabel. Deze wordt namelijk afgegeven op het moment dat er nog gemeten moet worden.

Een belangrijke conclusie is om door middel van een benchmark energieverbruik inzichtelijk te maken. Als er alleen wordt aangegeven wat een gebouw verbruikt, dan zegt dat de meeste gebruikers niks. Zorg dat helder wordt gemaakt door van andere gebouwen te laten zien en te vergelijken en de kosten daarvan inzichtelijk te maken. Wat kost het een gebruiker nu meer? Wat zouden de kosten moeten zijn? Dat is duidelijker voor een gebruiker dan alleen het verbruik te noemen.

Albert-Jan Hartog (TA Control Systems) kwam nog met het idee om een protocol te ontwikkelen voor een standaard aantal meetpunten in een gebouw, nu zijn namelijk niet altijd de juiste gegevens beschikbaar per gebouw.

DINSDAG 28 NOVEMBER

Dinsdagmiddag waren de presentaties inhoudelijk hetzelfde als die van maandag. De aanwezige partijen die hun kennis met elkaar deelden waren: Energie-Waterland, VHGM, TZConsultancy, RVO, Gemeente Amsterdam, OFME | Duurzaam Bouwen, Energiemissie en Merosch. Vanuit RVO kwam nog een verwachting naar voren; de Energielabel C verplichting (2021) wordt doorgezet in een Energielabel A verplichting in 2030.

Toelichting project EPA-U en EED-regeling Gemeente Amsterdam

Een nieuw gezicht op de dinsdag was die van de heer van Helden (Gemeente Amsterdam). Bij de Gemeente Amsterdam zijn ze bezig om hun eigen vastgoed (80 kantoren van 120 vierkante meter tot en met 100.000 vierkante meter) in eerste instantie aan de wet- en regelgeving van 2021 te laten voldoen. Vervolgens zullen zij de kantoren ook aanpassen aan de gemeentelijke ambities. Zij hebben hier een goed stappenplan en een heldere aanpak voor gemaakt. De heer van Helden gaf aan dat het van essentieel belang is om het verbruik te monitoren, om inzichtelijk te krijgen wat daadwerkelijk werkt en of de stappen die zijn genomen het resultaat geeft die zij van te voren hadden bedacht. Een belangrijk onderdeel is dat zij de meetwaarden als input gebruiken voor de aannemers. Op deze manier kunnen aannemers gerichter handelen.

Conclusie dag 2

Wij denken dat als iedereen het zo zou aanpakken zoals bij de Gemeente Amsterdam gebeurt, dit zou kunnen leiden tot een grote, goede en snellere verbetering van de bestaande utiliteitsbouw.

De presentaties van beide middagen zijn te downloaden op deze pagina.

Terug naar het overzicht

"Mensen zijn geen gevangenen van het lot, alleen van hun eigen denken."
Franklin D. Roosevelt