Lees het verslag van deze interessante Merosch Open Source bijeenkomst afgelopen oktober.

Circulaire gebiedsontwikkeling is een hot topic. Dat bleek wel uit de grote hoeveelheid aanmeldingen en de diversiteit in achtergrond van de deelnemers. Na twee middagen discussiëren over het onderwerp, gevoed door vijf sprekers per middag en de aanwezigheid van een groot gedeelte van de bouwketen, zijn er enkele interessante noties en lessen te concluderen. Zonder te veel in de diepte te gaan, worden deze hieronder toegelicht. Wil je wel de diepte in gaan, neem dan de powerpointpresentaties door (op deze pagina te downloaden) en/of neem met ons contact met ons op.

Vragen vanuit de markt en lokale overheid

Aanwezige partijen bij beide middagen waren: gemeentes, projectontwikkelaars, woningcorporaties, (landschap)architecten en adviseurs. Er werd begonnen met een rondje: ‘wat wil je leren deze middag, wat is je meest prangende vraag?’ De rode draad in de vragen is als volgt:

  • Ik wil concrete voorbeelden zien, wat kan ik doen?
  • Hoe kan ik van circulaire ambities tot borging circulaire uitvoering komen?
  • Hoe kan ik van experimenten tot opschaling komen?
  • Wat is het verschil tussen een circulair gebouw en gebied?
  • Wat is de relatie van circulair tot duurzaam bouwen?
  • Waar moet ik op in zetten en waarom? (Dit om te veel stapeling van duurzame ambities te voorkomen).

Belangrijkste noties

Tussen en tijdens de presentaties werd druk gediscussieerd. Ik destilleer de volgende belangrijkste noties.

  1. Als eerste: voorkom dat het wiel opnieuw uitgevonden moet worden. Kennis en inzichten moeten gedeeld worden. Laat dit dan ook in elk project een ambitie zijn: het structureel delen van de inzichten naar buiten toe. Niet alleen het succes, maar juist ook de belemmeringen waardoor de ambities niet gehaald zijn. Zo wordt bij Merwedekanaalzone in Utrecht bij elke Omgevingsvergunningaanvraag en oplevering van een gebouw een ‘Document ter lering en verantwoording’ opgeleverd door de ontwikkelaar. Hierin staat waarom wel of niet bepaalde minimale prestatie-eisen gehaald zijn. Dit moet vervolgens publiekelijk gedeeld worden, bijvoorbeeld via Cirkelstad en DuurzaamGebouwd.nl. Dit is een procesmatige ambitie om circulariteit op de lange termijn beter invulling te kunnen geven. 
  2. Het verschil tussen een circulair gebied en gebouw is nog altijd niet duidelijk. Er liggen nu al kansen om circulaire ambities waar te maken door het op gebiedsschaal te organiseren. Bijvoorbeeld, het aanbesteden van circulaire sloop van een gebied geeft aanzienlijke schaalvoordelen ten opzichte van één gebouw. Ook hebben veel gemeentes al een circulair beleid ten aanzien van de openbare ruimte. Zet dit in bij gebiedsontwikkelingen. 
  3. Er is behoefte naar inzicht over wat nu in de praktijk gedaan kan worden in het kader van circulaire gebiedsontwikkeling. Wat dient een gemeente uit te vragen en wat kan een ontwikkelaar aanbieden? Enkele suggesties voor de gebouwen: een materialenpaspoort (bijvoorbeeld door Madaster) is een circulaire inkopper. Hiernaast zijn het ambiëren van een lage MPG-score, het laten opstellen van een losmaakbaarheidindex en het aanbesteden van circulaire sloop voor nu adequate uitgangspunten. Voor de infrastructuur treffen de meeste gemeentes al maatregelen om de milieudruk hiervan te minimaliseren. Organiseer brainstorms om met elkaar de invulling van ‘circulaire infrastructuur en openbare ruimte’ concreet te maken voor de gebiedsontwikkeling in kwestie. Voor de ontwikkelaar doorgaans een ‘gratis circulaire maatregel’.
  4. Een oproep van de ontwikkelaars: vergeet de gebruiker niet. Wat heeft de gebruiker aan een circulair gebouw of gebied? Tot nu toe is de drijfveer van circulair bouwen vooral klimaat gedreven, niet klant gedreven. 
  5. Haalbare versus wenselijke doelen. Er is behoefte aan een afwegingstool: waar zet ik als gemeente of ontwikkelaar op in? Welke ambities/maatregelen dragen daadwerkelijk bij aan een lagere milieu-impact, en welke klinken mooi, kosten veel, maar dragen feitelijk weinig bij? 
  6. Tot slot: willen we circulair bouwen opschalen, dan moeten er fundamentele veranderingen plaatsvinden. Denk aan: andere verdienmodellen, andere samenwerkingsvormen, andere bouwtechnologie. Zo is BAM Wonen zich er van bewust dat als zij hier niets mee doen, zij ingehaald worden door de Googles en Facebooks.

Concluderend

Voor Merosch is er werk aan de winkel om zo snel mogelijk tot een afwegingstool te komen. Op dit moment zijn we daar mee bezig in samenwerking met TU Delft. Van alle duurzaamheidsthema’s, -ambities en -maatregelen: waar moet op ingezet worden om zo effectief mogelijk te komen tot een zo laag mogelijke milieu-impact en een gezond en kwalitatief hoogwaardig gebied?

Voor bouwend Nederland is er werk aan de winkel om niet te stoppen met dromen en fundamenteel anders te gaan denken. Anders samenwerken, anders aanbesteden, het komen tot andere financieringsvormen dan bijvoorbeeld huur en koop, stoppen met denken in terugverdientijden. “Heeft een basisschool een terugverdientijd?”

 

Terug naar het overzicht

"Zonder wrijving geen glans"
Ronald Schilt