De grootste uitdagingen zijn niet zozeer technisch of financieel van aard, maar het meekrijgen van de particuliere woningeigenaar vormt het grootste struikelblok.

Een trend van de laatste tijd is dat meer en meer gemeenten in hun duurzaamheidsbeleid opnemen dat er voor nieuwbouwwijken geen gasinfrastructuur meer wordt aangelegd. Daar waar we gemeenten een paar jaar geleden nog moesten overtuigen met uitgebreide rapportages en soms uren aan overleg, lijkt het kwartje dan eindelijk gevallen en raakt men er in toenemende mate van overtuigd dat de aanleg van nieuwe gasinfrastructuur vanuit het oogpunt van milieu en toekomstige kosten onverantwoord is.

De focus verschuift naar bestaande bouw

Hiermee verschuift gelijk de focus van gemeenten naar de uitfasering van bestaande gasinfrastructuur. Zoals vermeld in de Energieagenda, gaan gemeente en regionale netbeheerder namelijk een grote rol spelen in de uitfasering van gas in bestaande wijken.

Om de belangrijkste uitdagingen van deze opgave te identificeren zijn op 26 en 28 juni 2017 twee Merosch Open Source sessies georganiseerd met als thema #vangaslos in de bestaande bouw. Daaruit bleek dat de grootste uitdagingen niet zozeer technisch of financieel van aard zijn, maar dat het meekrijgen van de particuliere woningeigenaar het grootste struikelblok vormt.

Technisch en financieel is het mogelijk

Uit de sessies blijkt dat er voldoende alternatieven om van aardgas af te gaan voorhanden zijn. Ondanks de grote verscheidenheid in gebruik en kwaliteit, zijn er voor alle gebouwtypen wel technische oplossingen te verzinnen om van aardgas los te raken.

  • Dit kan in één keer door aan te sluiten op een natuurlijk vervangingsmoment (bijvoorbeeld bij mutatie of groot onderhoud).
  • Een andere wijze is om een stappenplan te maken die aansluit bij het MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP). Hierbij wordt aan de hand van het MJOP gekeken wanneer welke onderdelen op de planning staan om vervangen te worden. Er wordt per onderdeel aangegeven welke aanvullende duurzame maatregelen wanneer getroffen worden om een gebouw of woning op termijn aardgasvrij te maken. Hiermee kan het voorkomen dat bij een ketelvervanging op korte termijn nog gekozen wordt voor het één op één vervangen van de gasketel, omdat de kwaliteit van de bouwkundige schil en het afgiftesysteem nog niet geschikt zijn voor laagtemperatuur verwarming. Echter wanneer na 15 tot 20 jaar de gasketel opnieuw vervangen moeten worden, zullen met deze aanpak alle benodigde drempels weggenomen zijn om de gasketel dan wel direct te vervangen door bijvoorbeeld een warmtepomp.

Financieel gezien zou het van aardgas af komen geen probleem mogen zijn. Door hard dalende prijzen van bijvoorbeeld warmtepompen enerzijds en stijgende gasprijzen anderzijds, worden terugverdientijden van alternatieven voor een gasketel steeds kleiner. Met de inwerkingtreding van de energieprestatievergoeding is het voor verhuurders inmiddels ook mogelijk om een zeer duurzame NOM-renovatie te financieren.

Grootste uitdaging : particuliere woningeigenaren

Gezien de technische en financiële mogelijkheden, zie ik voor de utiliteitsbouw en sociale woningbouw geen grote belemmeringen. Immers gebouweigenaren en woningcorporaties hebben over het algemeen een lange termijn vastgoedvisie en beschikken over een MeerJarenOnderhoudsPlan, waardoor het met bovengenoemde aanpak goed mogelijk is om (op termijn) van gas los te komen. 

Voor particuliere woningeigenaren ligt dit echter anders. Deze groep heeft namelijk geen MeerJarenOnderhoudsPlan, waardoor vervanging over het algemeen op ad-hoc basis plaatsvindt wanneer er storingen zijn of defecten optreden. Bovendien ontbreekt de noodzaak, bestaat er nog veel weerstand (het op gas koken blijkt nog een algemeen verworven recht) en wordt het spaargeld, indien al aanwezig, liever in een nieuwe keuken of badkamer gestoken.

Dit komt mede doordat de informatievoorziening nog veel te beperkt is. Het merendeel van de particulieren is niet bekend met het voornemen om in 2050 volledig aardgasvrij te zijn. En voor diegenen die dit wel weten en graag willen overstappen, die zien vaak door de bomen het bos niet meer. Eenduidige informatie over welke alternatieven het beste passen bij welke situatie en welke logische stappen al gezet kunnen worden om op termijn aardgasloos te worden, is er nog niet. Tot slot blijkt dat ook lokale installateurs en aannemers nog vaak de kennis en expertise missen om op goede manier te adviseren.


Start NU met wijk-/straatgerichte aanpak

De grootste uitdaging om van aardgas los te komen, is dus niet zozeer de utiliteitsbouw of de sociale woningbouw, maar het meekrijgen van de particuliere woningeigenaar.
Om in 2050 een volledige aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben, zullen gemeenten in samenwerking met de regionale netbeheerders vanaf nu dan ook vol aan de slag moeten. Daarbij zal begonnen moeten worden met het per wijk inventariseren van wanneer welke gasinfrastructuur vervangen moet worden. Vervolgens zal op wijk- en soms zelfs op straatniveau gekeken moeten worden welke alternatieven het meest voor de hand liggen. Aan de hand daarvan zal al in een vroegtijdig stadium een stappenplan ontwikkeld moeten worden waarin aangegeven wordt welke stappen genomen kunnen worden om aardgasvrij te worden.

Dit alles vraagt uiteraard om een zeer goede en zorgvuldige communicatie en informatievoorziening richting de bewoners, waarbij de grootste uitdaging is om alle particuliere woningeigenaren van verschillende pluimage (van jong tot oud en arm tot rijk) mee te krijgen. Daar hoort in eerste instantie een strategie van verleiden bij, maar de grote vraag is wanneer de wortel plaats moet maken voor de stok.

Want, willen we in 2050 van aardgas los zijn, dan zullen we vanaf nu met volle kracht vooruit moeten en kunnen we ons geen suboptimale oplossingen (lees: de vervanging of aanleg van (nieuwe) gasinfrastructuur) meer permitteren.

Robbert van Rijswijk.

Terug naar het overzicht

"Het is niet genoeg te weten, men moet ook toepassen, het is niet genoeg te willen, men moet ook handelen."
Goethe 1749 - 1832