Een pleidooi voor een andere benadering.

Vanaf 1 januari 2021 krijgen we te maken met een nieuwe rekenmethodiek genaamd BENG als opvolger van de EPG. Het achterliggende doel van BENG is uitstekend (energievraag beperken, primaire energiebehoefte beperken en opwekking van duurzame energie maximaliseren). De twijfel is echter groot of BENG wel het juiste middel is en wel om de volgende redenen.

1. Te vaag

Met de introductie van de EPN kregen we een sturingsinstrument in handen die helderheid bracht over hoe we energiezuinig konden bouwen. Aan de hand hiervan is er een enorme product- en kennisontwikkeling op gang gekomen. De EPN, en later de EPG, hebben een niet te onderschatte functie gehad voor het energiezuinig maken van onze gebouwde omgeving. Echter het nadeel van de EPG was en is dat de uitkomsten van de berekening niet te vertalen zijn naar energiegebruik voor de bewoner noch dat deze gekoppeld worden aan een concreet te behalen eindresultaat. Laat staan dat de gebruiker/koper van de woning enig idee heeft wat een hogere of lagere EPC-waarde betekent. In die zin is de benadering van Nul-Op-de-Meter (NOM) een stuk begrijpelijker en beter verifieerbaar. Daarnaast zit aan deze benadering gelijk een lange termijn bemetering en monitoring gekoppeld. Of BENG in de praktijk ook echt leidt tot de nog energiezuinigere woning blijft altijd een beetje vaag, laat staan dat er een bewaking op het energiegebruik zit richting de toekomst. De ervaring uit de praktijk is dat het daadwerkelijke energiegebruik voor het grootste gedeelte wordt bepaald door de juiste werking van de installaties. En laat nu juist dat aspect op geen enkele wijze geborgd zijn in BENG. Het uiteindelijke doel is toch een aantoonbare energiezuinige woning. BENG wijst in de goede richting maar schiet hier echt te kort.

2. Te complex

Het maken van een goede EPG-berekening blijkt niet bepaald eenvoudig. Meer dan eens is gebleken dat EPG-berekeningen niet goed worden uitgevoerd. Met BENG wordt het nog complexer. Het is uiteraard koren op de molen van de adviseurs, maar het is de vraag of deze berekeningen daadwerkelijk waarde toevoegen. Het primaire doel van de berekening lijkt veelal te zijn dat met zo laag mogelijke investeringen nog net aan de EPC-eis wordt voldaan. Dat betekent het opzoeken van de randen, op jacht gaan naar de meest positieve gelijkwaardigheidsverklaring en kiezen voor het rekenprogramma die het beste uitkomt. Daarbij komt dat gemeenten zelden of nooit beschikken over de kennis om bij de bouwaanvraag de juistheid van de EPG-berekening te toetsen. Ik heb zelfs een keer een goedkeuringstempel van een gemeente op een EPG-berekening zien staan, terwijl enkele centimeters lager staat “Voldoet niet”. Daarnaast heb ik recent nog een bouwvergunning gezien waarbij de EPG-berekening zelfs ontbrak.

3. Procesmatig onwerkbaar

De BENG-berekening wordt, net als de EPG-berekening, uitgevoerd in het voortraject t.b.v. de bouwaanvraag. Daarna volgt het definitieve ontwerp, de aanbesteding en de uitvoering. In dit traject kunnen er allerlei financiële/technische redenen zijn op basis waarvan aanpassingen in het ontwerp plaatsvinden. Echter, dit betekent ook aanpassing van de berekening en terugkoppeling aan de vergunningverlener. Iets wat zelden gebeurt. Daarnaast ontbreekt het aan tijd, kennis en een goed instrument op basis waarvan de vergunningverlener kan toetsen of ook daadwerkelijk conform de berekening is gebouwd en de daarin vastgelegde kwaliteit wordt geleverd.

4. Het leidt tot enorme sub-optimalisatie

Volgens de huidige visie van de Tweede Kamer moet Nederland af van het aardgas. Dit betekent dat het wenselijk is dat bij nieuwbouw niet alleen gestuurd wordt op het gebouw maar ook op de daarvoor benodigde energie-infrastructuur. Dat wordt nu op geen enkele wijze meegenomen in de berekening van de BENG. Daarnaast worden ook exploitatiekosten (energie en onderhoud) op geen enkele wijze meegenomen, laat staan aspecten als comfort en gezondheid die wel degelijk gekoppeld zijn aan de keuze voor bepaalde energiemaatregelen. Oftewel BENG stuurt, net als de huidige EPG, alleen op de laagste eenmalige investeringskosten voor de bouwer van het gebouw. Dus niet op de laagste exploitatiekosten voor de bewoner en ook niet op de laagste netwerkkosten. Die wij uiteindelijk via de nutsbedrijven met zijn allen moeten betalen. De huidige stand van zaken is, zo blijkt uit enkele door ons gemaakte BENG-berekeningen, dat de goedkoopste manier om aan de BENG-eis te voldoen bestaat uit: isolatie van de gevel conform minimale wettelijke eisen uit het Bouwbesluit, gasgestookte HR-ketel en heel veel PV-panelen. Oftewel; beperkt investeren in schil, het vastleggen van nog 50 jaar aardgas en de gebruiker opzadelen met een kostenpost door het toekomstig afbouwen van de salderingsregeling.

Vandaar: BENG stimuleert gasnetten. Het huidige model is onvoldoende gekoppeld aan het uiteindelijke resultaat in de gebruiksfase en houdt te weinig rekening met bijkomende effecten (zoals keuze infrastructuur en exploitatiekosten). Het zou goed zijn als hierop herziening plaatsvindt.

Tot zover,

Robbert van Rijswijk
Adviseur Merosch

Terug naar het overzicht

"Wees de verandering die je in de wereld wilt zien"
Mahatma Gandhi